instituut hoogbegaafdheid volwassenen
Zoek
Sluit dit zoekvak.

Recensie “Kracht en kwetsbaarheid – over het leven van hoogbegaafde volwassenen” door Janet van Horssen

Levenslooppsycholoog en onderzoeker hoogbegaafdheid Janet van Horssen recenseerde voor ons het nieuwe boek van Maud van Thiel dat ze samen met Imanda Slief-Boom schreef en eerder dit jaar uit kwam.

Over onze recensies

Titel: Kracht en Kwetsbaarheid – over het leven van hoogbegaafde volwassenen
Auteurs: Maud van Thiel en Imanda Slief-Boom
ISBN: 9789090323848
Uitgeverij: Oya productions

De titel van het boek – kracht en kwetsbaarheid – nodigt uit tot lezen en belooft een genuanceerde blik op hoogbegaafdheid. Hoewel de auteurs zelf het boek niet opdelen in afzonderlijke delen, is er wat mij betreft een duidelijke driedeling te bespeuren in de opzet van het boek. In de eerste twee hoofdstukken worden de kaders en context van het boek beschreven. Hoofdstuk drie tot en met elf bevatten thematische beschrijvingen uit de levensloop van hoogbegaafde cliënten van de auteurs (de een psycholoog, de ander psychotherapeut). De hoofdstukken twaalf tot en met vijftien zijn voornamelijk gericht op hulpverlening aan vastgelopen hoogbegaafden.

Hoofdstuk 1 en 2
Uit de eerste hoofdstukken blijkt dat dit boek een verslag is van een onderzoek van de auteurs naar zelfweerspiegelingen van 76 (vermoedelijk) hoogbegaafde cliënten die in groepsverband een cursus over hoogbegaafdheid volgden bij de auteurs, omdat zij op enig moment vastliepen in hun leven en dat relateerden aan hun (vermoedelijke) hoogbegaafdheid. Gezien het feit dat het in dit boek gaat over deze specifieke groep hoogbegaafden vind ik de inleidende woorden van hoofdstuk 1 opvallend: ‘Wat betekent het om hoogbegaafd te zijn? Hoe voelt dat? Hoe ziet het dagelijks leven van hoogbegaafde volwassenen eruit? Waar liepen en lopen ze – telkens opnieuw of nog steeds – tegenaan?’ (p. 11). Vanaf het eerste begin lijken de auteurs de bevindingen van hun onderzoek te generaliseren naar alle hoogbegaafden. Onterecht en ongerechtvaardigd, onder meer omdat het hier gaat om onderzoek naar ervaringen van een zeer specifieke groep (vermoedelijk) hoogbegaafden. De generaliserende toonzetting vind ik helaas terug in vrijwel het hele boek.

Hoofdstuk 3-11
Een interessante insteek van het boek vind ik dat in deze hoofdstukken de levensloop thematisch wordt gevolgd. Thema’s zijn bijvoorbeeld de baby, peuter en kleutertijd, werk en carrière, en kinderen en opvoeding. Veel hoogbegaafden vinden ongetwijfeld de nodige herkenning in de beschrijvingen. Ik moest me echter door deze hoofdstukken heen worstelen, om twee redenen. Ten eerste zijn deze hoofdstukken voornamelijk zijn gericht op de kwetsbare kant van de (vermoedelijk) hoogbegaafden uit het onderzoek. De kracht van deze groep hoogbegaafden komt veel minder aan de orde. Gezien de context van het onderzoek en de achtergrond van de auteurs is dat natuurlijk niet verwonderlijk. Het is blijkbaar de ervaren rauwe realiteit van de deelnemers uit het onderzoek. De titel van het boek doet echter anders vermoeden, waardoor ik waarschijnlijk op het verkeerde been ben gezet. Mijn verwachtingen om ook een positief en inspirerend verhaal over hoogbegaafdheid te lezen moest ik gaandeweg behoorlijk bijstellen.
Ten tweede mis ik de nodige nuance, uitleg van gebruikte begrippen en (wetenschappelijke) onderbouwing van de bevindingen en conclusies in deze hoofdstukken, wat ik juist verwacht bij een onderzoek dat onderdeel lijkt te zijn van een promotietraject (p. 7). Daardoor is het mij niet altijd duidelijk wanneer een uitspraak een persoonlijke mening van de auteurs is, of wanneer het wetenschappelijk gefundeerde kennis betreft. De auteurs schrijven bijvoorbeeld dat ‘al tijdens de basisschool veel (hoogbegaafde) kinderen het beelddenken verleren’ (p. 73), zonder verwijzing naar relevante literatuur. Wat bedoelen de auteurs met beelddenken? Waarop baseren de auteurs de aanname dat dit een algemeen principe is dat voor veel (hoogbegaafde) kinderen opgaat? Dat wordt nu niet duidelijk. Jammer genoeg staan deze hoofdstukken staan bol van dergelijke uitspraken.

Hoofdstuk 12-15
Wat mij betreft vind je de twee beste hoofdstukken van het boek helemaal achterin. In hoofdstuk 12 komt duidelijk de expertise en ervaringen van de auteurs als psycholoog, respectievelijk psychotherapeut naar voren, wat dit hoofdstuk bijzonder krachtig maakt. Het legt de vinger pijnlijk op de zere plek met betrekking tot de tekortschietende reguliere hulpverlening aan vastgelopen (vermoedelijk) hoogbegaafde cliënten. Hier vind ik de ook nuancering die ik in andere hoofdstukken mis. In hoofdstuk 14 zetten de auteurs werkzame behandelstrategieën uiteen op basis van hun ervaringen, wat een welkome aanvulling is op hoofdstuk 12. Ik kan elke zichzelf respecterende hulpverlener aanraden deze twee hoofdstukken goed te lezen (en daar natuurlijk vervolgens iets mee te doen in hun dagelijkse praktijk).

Conclusie
Volgens de auteurs schets het boek een ‘ideaaltypering van het leven van hoogbegaafden’ (p. 195). Deze generalisatie van de bevindingen is – zoals eerder gezegd- niet gerechtvaardigd. De generalisatie van de bevindingen is bovendien niet in lijn met recent wetenschappelijk onderzoek dat juist een grote heterogeniteit suggereert in de manier waarop hoogbegaafden zichzelf zien en beleven (1*). Generalisering vergroot daarnaast mogelijk het risico op (zelf)stigmatisering (2*), wat ongetwijfeld niet de bedoeling is van de auteurs. Tot slot doet de generalisering wat mij betreft afbreuk aan de bijzondere waarde van de bevindingen van het onderzoek, namelijk een schets van de levens van hoogbegaafde volwassenen die vanwege hun (vermoedelijke) hoogbegaafdheid zijn vastgelopen op enig moment in hun leven.

Voetnoten:
(1*) Zie bijvoorbeeld Courtinat-Camps, A., Massé, L., de Léonardis, M., & Capdevielle-Mougnibas, V. (2017). The Heterogeneity of Self-Portraits of Gifted Students in France. Roeper Review, 39(1), 24-36.
(2*) Uitgaand van dezelfde werkzame principes als bij andere minderheidsgroepen, zie bijvoorbeeld Bos, A. E. R., Pryor, J. B., Reeder, G. D., & Stutterheim, S. E. (2013). Stigma: Advances in theory and research. Basic and Applied Social Psychology, 35(1), 1-9 en de informatie op www.samensterkzonderstigma.nl.

Janet van Horssen
Levenslooppsycholoog & onderzoeker hoogbegaafdheid

Lees ook de recensie van Noks Nauta van dit boek.

Het boek is te bestellen via https://www.oya.nl/oya-productions/boek-bestellen/