instituut hoogbegaafdheid volwassenen

Recensie door Anna Geburtig van: “Kluge Köpfe, krumme Wege? Wie Hochbegabte den passenden Berufsweg finden”

Anna Geburtig, vrijwilliger bij IHBV HB-Café Team Delft, kerntalentenanalist en coach voor hoogbegaafden schreef voor ons een recensie van het boek “Kluge Köpfe, krumme Wege? Wie Hochbegabte den passenden Berufsweg finden” van Andrea Schwiebert.

Titel: Kluge Köpfe, krumme Wege? Wie Hochbegabte den passenden Berufsweg finden.
Auteur: Andrea Schwiebert
Uitgever: Paderborn: Jungermann Verlag, 2015
ISBN: 978-3-95571-426-0
Website van de auteur: http://www.die-berufungsberatung.de/

Het boek richt zich tot hoogbegaafde volwassenen die de bij hen passende loopbaan willen vinden.

Waarom is het boek geschreven?
De auteur Andrea Schwiebert is sociaalpedagoog, sociaaltherapeut en loopbaanadviseur (“Berufungsberaterin”) voor mensen die niet alleen een baan maar ook hun roeping willen vinden. Ze heeft haar eigen coachpraktijk. Schwiebert onderscheidt twee groepen hoogbegaafden: de hoogbegaafden van de ene groep vinden zonder problemen hun roeping en loopbaan in de maatschappij en de hoogbegaafden van de andere groep niet. De laatst genoemde hoogbegaafden zijn volgens haar té veelzijdig geïnteresseerd, té autonoom, té idealistisch en té onconventioneel om door anderen te kunnen worden begrepen en té sensitief, onzeker en perfectionistisch om in zich zelf te kunnen geloven en in hun eigen niet conventionele weg. Hoogbegaafden uit de tweede groep leiden van buitenaf gezien soms een gelukkig en succesvol leven en zijn toch van binnen ongelukkig. Dat zijn de hoogbegaafden die Schwiebert in haar coachpraktijk begeleidt. Het viel haar op dat veel van deze hoogbegaafde cliënten zich afvroegen wat er met hen niet in orde was en wat hen mankeerde. Dit was voor Schwiebert de aanleiding dit boek te schrijven. Het is vooral bedoeld voor volwassenen in wiens jeugd nog weinig of geen aandacht was voor hoogbegaafdheid.

Inhoud
Schwiebert is ervan overtuigd dat haar hoogbegaafde cliënten de verkeerde vraagstelling hanteren. Want hoogbegaafden mankeert niets. Het punt is dat hoogbegaafden juist te veel van alles hebben: te veel interesses en te hoge intrinsieke motivatie. Dát is de reden dat ze niet gelukkig kunnen worden met een normale loopbaan. Als hoogbegaafden wél iets mankeert, dan is dat het geloof in zichzelf en in het eigen kunnen. Schwiebert onderzoekt in haar boek wat de diepste verlangens van de ‘eeuwig zoekende’ hoogbegaafden zijn en waarin de belemmeringen liggen om te bereiken waarnaar ze verlangen.

Het boek heeft een duidelijke en heldere opbouw. Er zijn twee delen. Deel I is korter dan deel II en fungeert vooral als inleiding op het onderwerp. Het geeft algemene informatie over hoogbegaafdheid voor mensen die pas als volwassenen ontdekken of vermoeden dat ze hoogbegaafd zijn. In haar literatuurverwijzingen noemt Schwiebert veel Duitse auteurs die in Nederland niet of minder bekend zijn. Vice versa geldt dat ook: er staan geen Nederlandse auteurs op de lijst, ook niet die die in het Engels vertaald zijn. Daar ligt dus mogelijk een kans voor de twee buurlanden om (meer) samen te werken. Schwiebert maakt wel melding van internationaal bekende namen zoals bijvoorbeeld Aron, Dabrowski, Gardner, Miller, Sher of Sternberg. Het is echter geen complete lijst. Jacobsen bijvoorbeeld, die als een van de eersten over hoogbegaafde volwassenen schreef, staat er niet bij. Maar dat stoort niet. Het boek is geen wetenschappelijk boek maar vooral een praktisch coachboek. Het geeft wel de actuele stand van zaken w.b. de kennis tot nu toe over hoogbegaafdheid weer: “Mythos und Wirklichkeit”. Wat hoogbegaafdheid is en hoe het ontstaat, vooroordelen rond hoogbegaafdheid, hoe het in dit boek wordt gedefinieerd, waarom de diagnose wel of niet zinvol is, over tests, hoe om te gaan met je eigen hoogbegaafdheid en de combinatie hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit. De definitie die Schwiebert voor hoogbegaafdheid hanteert komt in grote lijnen overeen met het Delphi-model Hoogbegaafdheid . Ook Schwiebert ziet een hoog IQ slechts als één onderdeel van hoogbegaafdheid en volgens haar kun je niet aan alleen een hoog IQ of alleen buitengewone prestaties zien of iemand hoogbegaafd is. Ze begrijpt hoogbegaafdheid in de ruimste zin als hoog creatief potentieel en beschouwt hoogsensitiviteit als een onderdeel van hoogbegaafdheid.

In deel II beschrijft Schwiebert in vijf hoofdstukken vijf typische moeilijkheden die hoogbegaafden in hun loopbaan tegenkomen en hoe ze deze kunnen overwinnen, namelijk door ze tot sterktes te transformeren. Schwiebert hanteert daarvoor een mooie beeldspraak: “Stolpersteine” (struikelblokken) en “Grundsteine”. Bij iedere Stolperstein geeft ze tips en aanwijzingen hoe een hoogbegaafde dankzij zijn/haar potentieel daarvan een “Grundstein” kan maken. Dat is een steen waarover je niet meer struikelt maar die tot vaste grond onder je voeten wordt waarvan je verder kunt gaan en je je loopbaan vorm kunt geven. Want volgens haar zorgt een hoog potentieel niet alleen voor moeilijkheden maar vooral voor een groot aantal van mogelijkheden.

De vijf typische moeilijkheden (“Stolpersteine”):
1. Hoge eisen aan een baan – “Er bestaat geen baan die bij mij past!”
2. Perfectionisme en schommelingen in het gevoel van zelfwaarde- “Ik ben niet goed genoeg”.
3. Conflicten door verwachtingen van anderen en ontmoediging – “Mijn droom is sowieso onrealistisch.”
4. De moeilijkheid om te kiezen – “Ik kan niet kiezen.”
5. Sensitiviteit en belastbaarheid – “Ik houd niet vol wat anderen geen moeite kost.”

De basis (5 “Grundsteine”):
1. Zelfherkenning – “Ik doe wat ik ben!”
2. Herkenning van de eigen sterktes – “Wat ik doe, is goed genoeg!”
3. Intrinsieke motivatie – “Ik volg mijn hart!”
4. Veelzijdigheid en vastleggen van het doel – “In mijn leven is ruimte voor veel dingen!”
5. Hoogsensitiviteit als bron– “Ik let op mezelf!”

Ieder hoofdstuk wordt met een zelfreflectievraag en een instructie voor een praktische oefening afgesloten.

Mening van de recensent
Andrea Schwiebert hoort zelf zeker ook bij de ‘Kluge Köpfe’, de knappe koppen. Het boek is een echt cadeau voor de lezer. Aan de ene kant door de kennis van zaken die Schwiebert op theoretisch gebied heeft en aan de andere kant door haar schat aan ervaring in het werken met volwassen hoogbegaafden. De voorbeelden van cliënten die ze geeft zijn goed gekozen, illustreren het probleem, laten zien wat allemaal mogelijk is en brengen je zo op nieuwe ideeën. Het maakt ook de diversiteit van de groep hoogbegaafden duidelijk. Het boek is genuanceerd, onderkent de diverse problemen en is tegelijkertijd opbeurend en positief. Schwiebert moedigt je aan je dromen serieus te nemen en daarna – niet daarvóór of tegelijkertijd – je dromen aan de realiteit te toetsen want in je dromen schuilen je kracht en je potentieel.

Wat Andrea Schwiebert na aan het hart ligt is dat alle volwassen hoogbegaafden op hun manier de loopbaan voor zichzelf uitstippelen die bij hen past. Dat kán maar hóeft niet tot hoge prestaties en een succesvolle carrière te leiden. Hoogbegaafdheid houdt geen verplichtingen in en ook hoogbegaafden mogen zelf beslissen wat hun gelukkig en tevreden maakt. Dat is de strekking van het boek die mij aanspreekt: het boek wil je weliswaar enthousiast maken om je eigen weg uit te stippelen maar het pusht je niet en manipuleert je niet om een bepaalde kant op te gaan. Ook bij de oefeningen legt Schwiebert uit waarvoor ze goed zijn en wat het effect is.

Het boek wil je de vrijheid geven om te kiezen. Schwiebert maakt nog eens goed duidelijk waarom kennis van je eigen hoogbegaafdheid zo belangrijk is. Het is de ‘missing link’ waardoor de losse puzzelstukken in je leven opeens op zijn plek vallen. Ook dat geeft je de vrijheid nu alles met andere ogen te bekijken en moedigt je aan om je eigen, misschien niet conventionele weg te gaan.

Voor wie is dit boek?
Het is zowel interessant voor de ‘beginnende’ hoogbegaafde, dus iemand die net weet dat hij/zij hoogbegaafd is of het vermoeden heeft hoogbegaafd te zijn, alsook voor de ‘gevorderde’ hoogbegaafde en voor coaches of loopbaanadviseurs die hoogbegaafde cliënten begeleiden. Het is zeker ook interessant voor leidinggevenden. Het kan als een eyeopener werken en tot begrip leiden.
Het boek is alleen in het Duits verschenen en het is te hopen dat snel een Nederlandse en/of Engelse vertaling komt want in Nederland is er geen vergelijkbaar boek.

Anna Geburtig, KernTalentenanalist en coach voor hoogbegaafden (www.stichtinggalileo.nl)