instituut hoogbegaafdheid volwassenen
Zoek
Sluit dit zoekvak.

Recensie door Esther Backbier van: “High Intelligence: A risk factor for psychological and physiological overexcitabilities”

Lees hier de recensie door Esther Backbier van:
Karpinski, R.I., Kinase Kolb, A.M., Tetreault, N.A. & Borowski, T.B. (2017). High Intelligence: A risk factor for psychological and physiological overexcitabilities.

Te citeren als: Karpinski, R.I., Intelligence (2017).
Link naar artikel

De titel van het artikel is zeer prikkelend en uitnodigend en de samenvatting suggereert unieke en relevante bevindingen. Bij lezing en kritische beschouwing van de theoretische onderbouwing en toegepaste onderzoeksmethodologie werd mijn teleurstelling echter groter en groter. De toegepaste analyses en de getrokken conclusies zijn pertinent onjuist. Wanneer lezers puur op de titel en de samenvatting afgaan, dan komen er zeer onjuiste ideeën over hoog intelligente of hoogbegaafde mensen in de wereld. Hoewel de gedachte over een mogelijke relatie tussen een zogenaamd Hyper Brain en een Hyper Body heel interessant is, is het onderzoek totaal verkeerd uitgevoerd.

Hadden de onderzoekers hun theorie eerst goed geconceptualiseerd en geoperationaliseerd, dan waren ze mogelijk beter met hun data omgegaan en waren er mogelijk wel zinvolle resultaten en conclusies uit het onderzoek voortgekomen. De onderzoekers wilden in feite exploreren of er zodanige relaties tussen intellectuele, psychologische en fysiologische overexcitabilities bestaan dat er ook meer negatieve gezondheidsuitkomsten van een hoge intelligentie zijn te verwachten (naast de voordelen waar de aandacht meestal op gefocust is, zoals hogere scholing en betere banen en inkomens). Om deze reden hebben ze een grote steekproef van Amerikaanse Mensa-leden vragen voorgelegd met betrekking tot een aantal vrij bekende diagnoses en aandoeningen.

Ik heb er niet zo veel problemen mee, dat er zelfrapportages zijn gebruikt voor het inventariseren van diagnoses en aandoeningen. Wel vind ik het problematisch dat we als lezer niet weten wat de voorkomende antwoordpatronen waren. Wat ook weer niet zo erg zou zijn, als de onderzoekers de verkregen data hadden gecorrigeerd voor steekproefafwijkingen en populatieafwijkingen. Dat hebben ze dus niet gedaan. Wellicht is de verkregen steekproef representatief voor de Mensa-leden. Maar dan zijn Mensaleden wel vaker man, gemiddeld ouder en gemiddeld welvarender dan de hele populatie van hoog intelligente personen in Amerika of op de wereld. De volgende methodologische zonde van de onderzoekers is, dat ze bevolkingsstatistieken hebben gebruikt om de steekproefgegevens te vergelijken met de algemene prevalentie van diagnoses en aandoeningen in de gehele bevolking. Je kunt eenvoudig bedenken dat die gezondheidsstatistieken geen informatie geven over de relatie met onderliggende demografische kenmerken. De Mensa- steekproef is geen representatieve steekproef uit de algemene bevolking, dus hier worden op grove wijze appels met peren vergeleken. De verschillen in gevonden percentages en de gerapporteerde effectgroten zijn dus nietszeggend. Hadden niet zo in het artikel terecht mogen komen!

Er valt nog meer kritiek te leveren op de inhoud van het artikel, zoals bijvoorbeeld met betrekking tot hetgeen geschreven wordt over Autisme en Asperger. De auteurs hebben zelf niet opgemerkt, hoe raar het is dat er maar 1 persoon met de diagnose Asperger in de gebruikte Nationale Gezondheidsdata voor komt. Ook lijken ze niet te weten, dat de diagnose Asperger wordt gegeven bij mensen met een hogere of hoge intelligentie. De conclusies die zij verbinden aan de (vermeende) relatief hoge zelfrapportage met betrekking tot de diagnose Asperger zijn dan ook treurig te noemen.

Rest mij slechts verbazing, dat dit artikel is geaccepteerd door het multidisciplinaire tijdschrift Intelligence waaraan zeer deskundige onderzoekers zijn verbonden. Mijn slotadvies, bespaar je de moeite, lees het langdradige artikel niet en verwijs er nooit naar.

Dr. Esther Backbier
Studeerde o.a. Gezondheidswetenschappen aan de Universiteit Maastricht en promoveerde bij de vakgroep Psychologische Methodenleer van de Universiteit van Amsterdam. Werkt nu onder meer als coach voor hoogbegaafde volwassenen en maakt deel uit van het Onderzoekscollectief Hoogbegaafdheid Volwassenen (OCHB).